Betonnen antitankhindernissen, ook wel bekend als drakentanden, werden voor het eerst gebruikt tijdens de Tweede Wereldoorlog. Men vermoedt dat ze in Finland werden uitgevonden als verdedigingsmiddel tegen de gepantserde voertuigen van het Rode Leger. Het doel van deze hindernissen was niet alleen om tanks en andere pantservoertuigen tot stilstand te brengen, maar ook om hun bewegingen te sturen naar zones waar ze gemakkelijk onder vuur konden worden genomen. Dergelijke hindernissen werden op grote schaal ingezet door alle deelnemers aan het conflict, inclusief neutrale landen. Zo gebruikte ook Zwitserland vergelijkbare obstakels, die daar bekendstonden als Toblerone-verdedigingswerken.





